Een beknopte selectie eigen teksten uit websites, weblogs en andere publicaties, met als thema internet en webwriting.
-
HET MUNDANEUM, VOORLOPER VAN HET INTERNET?
Zoekgigant Google opende in 2009 een splinternieuw state-of-the-art datacenter in Saint-Ghislain bij Bergen (Mons). Een investering van niet minder dan 250 miljoen euro. Maar weinig mensen weten dat Bergen ook de stad is van het Mundaneum, een van de merkwaardigste musea van België. Behalve oude kasten en steekkaarten is er niet zoveel te zien. Maar er is wel een verrassende link tussen het Mundaneum en Google.
Het Mundaneum was een ambitieus project van de Belg Paul Otlet. Een project dat vanaf de jaren 1890 gestalte kreeg. Otlet was een boekenliefhebber, pacifist en uitvinder, o.a. van de microfilm en van de Universele Decimale Classificatie. Hij wilde niet minder dan alle kennis van de wereld verzamelen, klasseren en toegankelijk maken.
Rond 1930 bezat het Mundaneum, toen nog gevestigd in het Jubelpark in Brussel, zo’n 15 miljoen steekkaarten, naast ontelbare boeken, kranten en tijdschriften. Helaas, de Belgische overheid trok haar steun in. Op de koop toe werd in de Tweede Wereldoorlog een groot deel van het archief vernietigd door de nazi’s.
Otlet overleed in 1944. Jaren later werden de restanten van zijn Mundaneum onder het stof vandaan gehaald. Wat er nog overbleef – zo’n 10% – kwam via allerlei omzwervingen in 1996 in het Waalse Bergen terecht.
Het fascinerende verhaal van het Mundaneum werd uiteindelijk ook ontdekt door The New York Times. In die krant verscheen vorig jaar een lang artikel over de Belgische universalist, onder de titel ‘The Web Time Forgot’. Paul Otlet wordt hierin beschreven als ‘de vergeten uitvinder van het internet’, een eretitel die misschien niet eens zo erg overdreven is.
Otlet was een bevlogen man. Een utopist. Enkele jaren vóór zijn dood in 1944 sprak hij nog zijn geloof uit in een wereldwijd ‘netwerk van kennis’. Een ‘gigantisch mechanisch brein’ zou alle informatie classificeren en via een ‘elektronische telescoop’ doorsturen naar ‘beeldschermen’ over de hele wereld. Profetische woorden, vooral omdat van computers of internet toen nog lang geen sprake was!
Voor Françoise Levie is Paul Otlet ‘The Man Who Wanted To Classify The World’. Zo heet haar film, een documentaire van 60 minuten. Enkele jaren geleden kwam er nog een boek bij, getiteld “L’homme qui voulait classer le monde”. Ook zij is duidelijk: het Mundaneum is de voorloper van het internet, maar ook van Wikipedia en vooral van Google. En zo zijn we weer in Bergen beland… Het Mundaneum: Google avant-la-lettre?
Joris Wouters – 6 november 2009
-
GROEPEN EN LEIDERS
Wie actief is op Facebook, Twitter, LinkedIn of andere sociale netwerken, maakt deel uit van “tribes” of stammen. Mensen willen verbonden zijn. En dat komt steeds meer tot uiting op het internet, via vriendengroepen, maar ook via fan- en andere groepen.
Seth Godin, marketingspecialist en auteur van bestsellers zoals Tribes en een veelgelezen businessblog, definieert tribes als organisch groeiende netwerkgroepen met een leider en volgelingen. Het gaat niet alleen om de behoefte aan informatie, communicatie, interactie… Belangrijker is de oeroude, instinctieve behoefte van elke mens om ergens bij te horen. En via de sociale netwerksites krijgt die behoefte een digitale invulling, over alle grenzen heen.
Tribes vormen de motor van de sociale netwerken. Seth Godin: “Een tribe is een groep mensen die verbonden is met elkaar, een leider en een idee. Het zit in onze aard om aansluiting te zoeken bij een tribe – of deze groep nu een religieuze, etnische, economische of zelfs muzikale (denk aan fanclubs) basis heeft. Dankzij internet zijn veel geografische, economische en tijdsgrenzen verdwenen. Nieuwe tribes ontstaan en bestaande tribes groeien door blogs en sociale netwerken – groepen van tien of tien miljoen mensen die bezorgd zijn over klimaatverandering, een politiek doel nastreven of helemaal gek zijn van de iPhone.”
Maar bij groepen horen ook leiders. Seth Godin: “Het web is fantastisch, maar het biedt geen leiderschap. Dat moet nog steeds van individuen komen – mensen zoals jij die gepassioneerd zijn over iets.” En die leiders bestaan, ook op het internet, in allerlei varianten.
Leiders, tja… “Don’t follow leaders”, zong Bob Dylan indertijd. Maar een zanger is natuurlijk geen marketinggoeroe, en de tijden zijn veranderd… Hoewel, ook Dylan gaat mee met zijn tijd. Net als veel andere mensen met een passie is ook hij present op Facebook.
Joris Wouters – 30 april 2010
-
CONTENT: KWALITEIT LOONT, ALTIJD
“You can’t have great content if you don’t have great thinking.”
Gerry McGovern, de internationale specialist op het gebied van ‘web content’, slaat vaak spijkers met koppen. Sommige websites en weblogs hebben volgens McGovern bijzonder weinig om het lijf. Is er wel echt over nagedacht? Wie zijn doelpubliek wil bereiken op het internet, zegt Gerry McGovern, moet allereerst zorgen voor interessante, hoogwaardige content. En dat begint bij sterke, doelgerichte, geoptimaliseerde teksten.
Websites, weblogs én sociale-netwerksites hebben elk hun eigen functie, hun eigen aanpak, hun eigen stijl. En toch blijft er altijd en overal één basisregel: zorg voor kwaliteit. Want kwaliteit loont. Kortom, het heeft geen zin zo veel mogelijk informatie op het net te gooien, het gaat erom kwaliteit te bieden en strategisch te werk te gaan, op basis van sterke ideeën.
Joris Wouters – 24 maart 2010
-
EEN VROUW, EEN HOMO, EEN ARABIER EN EEN JOOD
Alleen weblogs die een meerwaarde bieden, zullen overleven, zeggen de specialisten. Maar wat houdt die meerwaarde precies in? Dat blijkt erg verschillend te zijn. Want er zijn natuurlijk ook veel verschillende soorten blogs: bedrijfsblogs, reisblogs, nieuwsblogs, themablogs, shocklogs.
Hoe dan ook, een persoonlijke stijl en vooral unieke content zijn belangrijk. Provoceren helpt vaak ook. Zo’n persoonlijke, controversiële blog mét inhoud is “C’est la gêne”.
Er waren eens een vrouw, een homo, een Arabier en een Jood – of in hun eigen woorden: la Meuf, le Pédé, l’Arabe, le Juif – die samen een blog begonnen. Vier Fransen die zeggen wat ze denken. Ongezouten. Ongegeneerd. Dag na dag. Met honderden comments als resultaat. C’est la gêne is misschien geen echte “shocklog”, maar het is wel een blog met een smoel.
Joris Wouters – 22 januari 2010
-
DEZE HEADLINE IS BESTEMD VOOR GOOGLE
Gelden er voor webteksten andere regels dan voor ‘papieren teksten’? Moeten redacteuren en tekstschrijvers zich aanpassen aan de eisen van Google? Moeten copywriters die webteksten willen schrijven een cursus zoekmachine-optimalisatie (SEO) volgen?
Jazeker, zeggen de SEO-specialisten. Kletspraat, zeggen heel wat journalisten, redacteuren en copywriters. Een goede tekst is een goede tekst. Altijd en overal. Of niet?
‘This Boring Headline is Written for Google‘. Zo luidt de headline van een artikel dat The New York Times over deze discussie publiceerde… in 2006. En toch is het thema nog altijd actueel. Dat het artikel heel wat weerklank kreeg, was trouwens het bewijs dat die ‘boring headline’ niet alleen bij Google maar ook bij de lezers in de smaak viel.
Journalisten willen wel eens uitpakken met creatieve formuleringen, beeldspraak, woordspelingen, humor, ironie… En copywriters willen vaak nog creatiever uit de hoek komen. Toch zou dat nu niet meer mogen. Want daar kunnen Google, Bing en andere zoekmachines niet mee overweg. Hun robots, die de webpagina’s indexeren en bepalen of de geïndexeerde websites vindbaar zijn, benaderen alle tekst als wiskunde. Ze mogen dan razendsnel zijn, ze begrijpen alleen concrete, duidelijke taal. Geen grapjes!
Online journalisten vrezen niet alleen dat ze hun taal moeten versimpelen, maar ook dat ze hun teksten moeten volproppen met zoekwoorden. En dat allemaal om Google te plezieren!
Er is natuurlijk een fundamenteel verschil tussen journalistiek en webcopywriting. En toch: geoptimaliseerde teksten – geoptimaliseerd voor zoekmachines én mensen – zijn belangrijk. Dat geldt op de eerste plaats voor bedrijfssites, commerciële sites, e-commerce, e-shops. Maar geoptimaliseerde teksten en vooral geoptimaliseerde headlines zijn ook essentieel voor nieuwssites, online kranten en webmagazines. Gewoon omdat ze de ‘vindbaarheid’ van die teksten en dus het aantal lezers verhogen.
‘Newspaper headlines and the presentation of stories in print are in a sense marketing devices to bring readers to your story,’ zegt Michael Schudson, professor van de Universiteit van California, San Diego.
‘We’re all struggling and experimenting with how news is presented in the future,’ voegt Larry Kramer van CBS Digital Media, eraan toe. ‘And there’s nothing wrong with search engine optimization as long as it doesn’t interfere with news judgment. It shouldn’t, and it’s up to us to make sure it doesn’t. But it is a tool that is part of being effective in this medium.’
En… was de headline hierboven nu echt zo ‘boring’?
Joris Wouters – 18 januari 2010
-
HET NIEUWE GRATIS ALS BUSINESSMODEL
Google, Wikipedia, YouTube, Facebook… Het zijn maar enkele van de duizenden gratis toepassingen en diensten op het internet. Miljoenen mensen maken er dagelijks gebruik van. Gratis online encyclopedieën, gratis kranten, gratis films, gratis muziek… We vinden het allemaal vanzelfsprekend. Maar de professionals van de “oude media” zijn er minder blij mee. Want zij zien hun inkomsten dalen.
Chris Anderson, hoofdredacteur van Wired Magazine, schreef een boek over deze trend onder de titel “Free”. Hij is ervan overtuigd dat de gratis-economie niet te stoppen is. Meer nog, hij beschouwt “free” als een nieuw businessmodel. Anderson weet hoe hij het moet aanpakken. Zijn boek “Free – Hoe het nieuwe Gratis de markt radicaal verandert” kost in de papieren versie zo’n 15 euro. Maar je kunt het complete boek (Nederlandse versie) ook gratis downloaden. Een stunt die Anderson al heel wat aanvragen voor (goed betaalde) lezingen en consultancy opleverde.
De gratis internetgids Frankwatching publiceerde een uitgebreide bespreking van het boek, mét voorbeelden. Eén voorbeeld van de gratis-economie: het succesrijke Monty Python Channel op YouTube. John Cleese en kompanen hebben het begrepen: gratis loont.
Joris Wouters – 30 oktober 2009
-
OPTIMALISATIE: NIET DOEN DENKEN, MAAR DOEN DOEN
“Don’t make me think”. Daar gaat het om bij elke doeltreffende website, zegt Steve Krug. Het is ook de titel van zijn boek waarvan onlangs een nieuwe editie verscheen. Ondertitel: “A Common Sense Approach to Web Usability”. Krug adviseerde als usability-specialist bedrijven en instellingen zoals het IMF, Apple, Bloomberg en Lexus.
Wat bedoelt Steve Krug? Heel eenvoudig: de meeste websitebezoekers willen zo snel mogelijk vinden wat ze zoeken, zonder na te denken. Ze willen snel en intuïtief hun doel bereiken. En dat lukt niet als ze struikelen over een onoverzichtelijke structuur, lange lappen tekst, onduidelijke zinnen, gebrekkige navigatie, verwarrende links…
Gek toch hoe ondoordacht en ongebruiksvriendelijk veel websites van bedrijven in elkaar zitten. Geen wonder dat ze vaak slecht scoren, zowel bij de zoekmachines als bij de bezoekers. Een inefficiënte structuur is vaak de oorzaak, maar ook niet geoptimaliseerde teksten jagen veel klanten weg.
Optimalisatie heeft te maken met structuur, woordkeuze, keywords, hyperlinks, call to action… In de wereld van de zoekmachine-optimalisatie (SEO) wordt een onderscheid gemaakt tussen “off-page optimization” en “on-page optimization”. Ze zijn alletwee even belangrijk. Bij on-page optimalisatie ligt de nadruk vooral op het afstemmen van de teksten op de zoekmachines én op de bezoekers.
Elke website is anders. Toch is er één basisregel: een geoptimaliseerde webtekst optimaliseert de communicatie en verbetert de interactie. Vooral bij bedrijfssites gaat het er om dat de bezoeker reageert, informatie aanvraagt, inschrijft op een nieuwsbrief, een bestelling plaatst… Kortom, een sterke, geoptimaliseerde webtekst doet niet denken, maar doet doen.
Joris Wouters – 4 september 2009
-
OMGEKEERDE PIRAMIDE: GEEN WET VAN MEDEN EN PERZEN
Alle professionele copywriters, vooral schrijvers van webteksten, kennen de regel van de omgekeerde piramide. De klassieke tekststructuur wordt omgekeerd: je begint met de essentie, de conclusie, en pas daarna volgen de argumentatie, de context, de details.
Het voordeel? Ook als de lezer alleen maar het begin leest, krijgt hij toch de essentiële informatie mee. En dat is belangrijk bij websites. Want veel webbezoekers zijn gehaast. Ze “scannen” de website. Ze zappen, bekijken vluchtig de informatie en lezen vooral het begin.
Zoekmachine-optimalisatie (search engine optimization of SEO) speelt hierin een belangrijke rol. Via SEO wordt het belang van geoptimaliseerde teksten nog duidelijker. Toch is de regel van de omgekeerde piramide helemaal niet zo nieuw. Volgens Michael Schudson, professor communicatie en sociologie aan de universiteit van Californië, bestaat de omgekeerde piramide al sinds het begin van de jaren 1900.
De omgekeerde piramide ontstond in de beginperiode van de telegraaf en werd ook al snel bekend bij krantenjournalisten. Ook schrijvers van krantenartikels en persberichten zetten vaak de essentie van de boodschap vooraan en laten de informatie naar het einde toe uitwaaieren. Dat heeft voordelen voor de eindredacteur. Hij kan, als het artikel moet worden ingekort, zonder problemen de laatste zinnen schrappen. Overigens, ook krantenlezers “scannen” de artikels en vertonen vaak een fragmentarisch leesgedrag.
Toch zijn er ook uitzonderingen. Commentaren, colums en recensies in de geschreven pers volgen doorgaans niet de omgekeerde-piramidestructuur. En ook bij webteksten is de regel van de omgekeerde piramide geen wet van Meden en Perzen. Bij kortere webteksten en specifieke tekstsoorten kan de omgekeerde piramide zelfs inefficiënt zijn.
Conclusie: een professionele webtekstschrijver weet doorgaans wanneer hij wel en wanneer hij niet de regel van de omgekeerde piramide moet toepassen.
Joris Wouters – 12 augustus 2009
-
BLOGS: DE MAN DIE ALTIJD EERST WIL ZIJN
De waarde van een blog wordt wel eens afgemeten aan het aantal reacties. Toch is er een verschil tussen populariteit en waarde, net zoals er bij tv-programma’s een verschil is tussen kijkcijfers en waarderingscijfers. Alles begint natuurlijk bij de kwaliteit van de berichten waarop gereageerd wordt. Heeft de blogger niets zinnigs te vertellen, dan… “It’s time to shoot your blog”, aldus Copyblogger.
Sommige blogs, vooral in kleinere taalgebieden, lokken weinig of geen reacties uit. Maar misschien bereiken ze wél het beoogde doel, ook al is de doelgroep misschien klein en ook al zijn er geen zichtbare online reacties. Andere blogs groeien uit tot echte hypes: ze krijgen tientallen, zelfs honderden comments per bericht. Maar wat met de kwaliteit? In de VS worden de populaire blogs soms ondergesneeuwd door de reacties, van zinvolle comments tot zinloze kreten zoals “fantastic”, “great post”, “bullshit” of… “first!”.
Voor sommige reageerders gaat het blijkbaar vooral om snelheid. Kwaliteit is hun zorg niet, zolang ze maar als eerste aan bod komen. Zo scoren ze hoog en surfen ze mee op het succes van de “blogbusters”.
“First!” is de titel van een kort maar veelzeggend filmpje over dit fenomeen. We zien een geobsedeerde First Poster die uitlegt wat hij doet om toch maar de eerste te zijn. “Being first is an art form,” beweert deze weirdo. Trouwens, “without a first poster, there wouldn’t be a second poster. Think about it!”
Joris Wouters – 7 juli 2009
-
ZIJN KORTE WEBTEKSTEN ALTIJD BETER?
“Hou het maar kort. Zo kort mogelijk. De mensen lezen dat toch niet.” Moeten webteksten altijd kort zijn? Het lijkt wel een hardnekkig misverstand. Toch blijkt dat langere teksten vaak beter scoren. En daar zijn drie simpele redenen voor: informatie, geloofwaardigheid en zoekmachine-optimalisatie.
“Lang” is natuurlijk niet hetzelfde als “langdradig”. De kernvraag is dus niet “kort of lang”? Is de tekst relevant, aantrekkelijk, overtuigend? Dàt is de vraag. Relevant voor de doelgroep. Aantrekkelijk en overtuigend voor de zoekmachines én voor de lezer.
Webbezoekers lezen niet, ze scannen. Juist. Maar de werkelijkheid is toch iets complexer. De surfer bekijkt vluchtig de site, springt van kop naar kop, van link naar link… en klikt dan weg. Precies. Zo gaat dat bij te korte of oninteressante, onoverzichtelijke teksten. Bij professionele websites met een sterke content en scanbare teksten daarentegen gaat scannen bijna automatisch over in lezen.
Webbezoekers zijn op zoek naar informatie. Nuttige informatie over een product of dienst. Praktische oplossingen voor een probleem. Er zijn dan ook minstens drie fundamentele redenen waarom langere webteksten doorgaans beter scoren dan korte webteksten:
1. Informatie: een langere webtekst biedt meer informatie. Een langere, informatieve tekst heeft dus meer kans om te voldoen aan de verwachtingen en de behoeften van de bezoeker. Ook al zal die bezoeker bij een eerste bezoek misschien maar de helft lezen, hij weet dat hij altijd kan terugkeren.
2. Geloofwaardigheid: een korte webtekst geeft de impliciete boodschap dat er over het aangeboden product weinig te vertellen valt. Dat zorgt voor twijfel. Een langere tekst daarentegen wekt vertrouwen bij de bezoeker. Zo ontstaat er een positieve indruk, op de korte zowel als op de langere termijn.
3. SEO: Search Engine Optimization is een geheel van technieken gericht op het verbeteren van de vindbaarheid. Webcopywriting is één van die technieken. Een te korte webtekst beperkt de vindbaarheid want Google krijgt gewoon te weinig informatie om de website behoorlijk te evalueren en te classificeren.
Conclusie: een langere, kwalitatief hoogwaardige webtekst scoort beter bij de zoekmachines én bij de bezoekers.
PS: Optimalisatie impliceert voldoende lange, informatieve, geloofwaardige webteksten. Maar optimalisatie kan ook worden ingezet voor een doelgerichte combinatie van korte én lange teksten binnen dezelfde website.
En is deze tekst nu te kort of te lang?
Joris Wouters – 14 april 2009
-
BEWARE OF BADVOCATES!
Online communicatie is een kwestie van snelheid, interactie, openheid. Steeds meer mensen komen uit voor hun mening via websites, weblogs, forums, sociale media, netwerken… En daar is niet iedereen even blij mee.
Brengen sommige bedrijven slechte producten op de markt of houden ze er onethische praktijken op na? De internetgemeenschap nagelt ze meteen aan de schandpaal. Maar vallen ze in de smaak, dan kunnen de bloggers ze ook de hemel in prijzen.
In het Engels bestaan daar twee begrippen voor: advocates en badvocates. Die eersten zijn de pleitbezorgers, terwijl de badvocates net het omgekeerde doen: zij bezorgen mensen, bedrijven of producten een slechte naam. Ze geven kritiek, terecht of onterecht. Ze verspreiden informatie… of roddels.
Sinds de macht van het internet toeneemt, zijn politici zowel als bedrijfsleiders als de dood voor badvocates. Dus proberen ze het communicatieproces te “managen” en te “monitoren“. Leslie Gaines-Ross van het PR-bureau Weber Shandwick weet er alles van. Zij heeft er haar specialiteit van gemaakt. En ze is niet de enige.
Reputation management, daar draait het om. Steeds meer “reputation managers” houden de blogs en de sociale media in de gaten en proberen de online informatiestroom bij te sturen. Want “badvocates are bad”.
Joris Wouters – 8 maart 2009